Hij komt, hij komt,

Hij komt, hij komt,
de lieve goede Sint,
mijn beste vriend, jouw beste vriend,
de vriend van ieder kind.

Mijn hartje klopt,
mijn hartje klopt zo blij.
Wat brengt hij jou, wat brengt hij mij,
wat brengt hij jou en mij?
Wie zoet was koek.
Wie stout was krijgt de roe.

Hij komt, hij komt,
de lieve goede Sint,
mijn beste vriend, jou beste vriend,
de vriend van ieder kind.

Hij komt, hij komt,
de lieve goede Sint,
mijn beste vriend, jouw beste vriend,
de vriend van ieder kind.

Mijn hartje klopt,
mijn hartje klopt zo blij.
Wat brengt hij jou, wat brengt hij mij,
wat brengt hij jou en mij?
Wie zoet was koek.
Wie stout was krijgt de roe.

Hij komt, hij komt,
de lieve goede Sint,
mijn beste vriend, jouw beste vriend,
de vriend van ieder kind.